Een Rotterdamse verrassing

Onlangs was ik op een congres over ‘kwaliteitscultuur’ in het hoger onderwijs. Alleen al het woord is genoeg om spontaan jeuk te krijgen. De resultaten van een dag workshops, lezingen en politiek debat waren dan ook weinig opzienbarend: er werd geconstateerd dat we beter konden spreken over ‘een cultuur van constante kwaliteitsverbetering’, omdat elke cultuur een zekere kwaliteit uitdraagt. En zo draaiden alle beleidsmedewerkers, ambtenaren en evaluatiebureaus met hier en daar een verdwaalde professor of politicus genoeglijk in een kringetje rond.

Toch bracht deze dag een verrassing: het Rotterdamse Beursgebouw gelegen aan de Coolsingel, met uitzicht op de infameuze Koopgoot. Een gebouw waar ik vaak langs ben gelopen, maar dat me nooit eerder was opgevallen. De ranke, kopergroene klokkentoren had mijn aandacht wel eens getrokken. Toch viel het gebouw zelf me pas op bij binnenkomst; de verrassende binnenruimte, gekenmerkt door een functioneel maar chique ontwerp. De voormalige beurszaal is indrukwekkend. Zeven gebogen spanten dragen een overkapping met betonnen platen en glas; het ronde motief in de overkapping oogt verassend frivool. Ik bekeek het gebouw met een nieuwe blik. De gevel bleek gesierd door opvallend metselwerk in meerdere kleuren. Ook de granieten trap en de steunpilaren onder de vergaderzaal van de Kamer van Koophandel zijn opzienbarend. Het functionalistisch ontwerp is bedrieglijk anoniem. Zou mijn eerdere blindheid veroorzaakt zijn door de mengelmoes van architectonische stijlen in de directe nabijheid van het Beursgebouw?

Het oorspronkelijke Beursgebouw werd tussen 1935 en 1940 gebouwd naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Jan Frederik Staal. Staal won de opdracht voor het Beursgebouw in 1928 met een controversieel ontwerp, waarin stijlkenmerken van de Amsterdamse School overheersten. Het moest een van de paradepaardjes worden van de gedempte Coolsingel, waar de lat van de gemeentelijke ambitie hoog lag: een stadsboulevard van mondiale allure waar in de jaren twintig al een imposant stadhuis en hoofdpostkantoor waren verrezen. De crisis gooide roet in het eten. De financiering van het Beursgebouw verliep moeizaam en het ontwerp werd meerdere malen herzien. Pas in 1933 kwam Staal tot een definitief ontwerp: niet langer de stijl van de Amsterdamse School maar die van het Nieuwe Bouwen was beeldbepalend. Tijdens het bombardement van Rotterdam raakte het zo goed als voltooide Beursgebouw flink beschadigd, maar deze schade kon vrij snel worden hersteld. Het Beursgebouw zou Staals laatste grote opdracht zijn; hij overleed enkele weken voor de oorspronkelijke oplevering in 1940.

In 1986/1987 is door de hal van het oude beurscomplex heen, boven op het dak en evenwijdig aan de Coolsingel, een ovaalvormige glazen hoogbouw opgetrokken: het World Trade Centre, naar een ontwerp van Rob van Erp en Ab Veerbeek. Hoewel deze zeegroene toren beeldbepalend is, was me nooit eerder opgevallen dat deze flat in een jaren dertig gebouw is gerealiseerd. De WTC-toren deelt de oorspronkelijke beursvloer in verschillende ruimten in. Dit doet de oorspronkelijke grootsheid van de beurszaal – met 90 bij 60 meter in zijn tijd de grootste commerciële ruimte van Nederland – enigszins teniet. Maar het misstaat niet, net zo min als de toren buiten detoneert. Vind ik het mooi? Niet direct. Maar wel opvallend. Toch maar eens binnenlopen, een volgende keer in Rotterdam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *