In 1917 richtte Theo van Doesburg in Leiden De Stijl op, het ‘tijdschrift voor nieuwe beelding’. Het bracht gelijkgestemde schrijvers, schilders en vormgevers samen en werd de naamgever van misschien wel de meest herkenbare Nederlandse kunststroming. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst: eenvoud en abstractie moesten de veranderende wereld tot de essentie terugbrengen. Elementaire vormen (lijnen en vlakken) en primaire kleuren (gecombineerd met de ‘neutrale’ kleuren wit, zwart en grijs) vormden de beeldtaal van deze beweging. Haar belangrijkste vertegenwoordigers, naast Theo van Doesburg onder meer Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en Bart van der Leck, gaven allen op eigen wijze invulling aan De Stijls uitgangspunten, zoals verwoord in het manifest van 1918.
Hoewel De Stijl zich als een internationale stroming presenteerde, bleef zij tegelijkertijd een typisch Nederlandse beweging. Honderd jaar na de oprichting van het tijdsschrift pakken de Nederlandse musea dan ook groots uit om dit heugelijk feit in stijl te vieren. Onder de titel ‘Van Mondriaan tot Dutch Design‘ zetten zij de verschillende De Stijl-leden en hun werk in het zonnetje. Utrecht viert het honderjarig jubileum vanaf 4 maart in het Centraal Museum met de tentoonstelling ‘Utrechts meesterwerk: leve De Stijl’. De stad eert daarmee niet alleen het werk van Utrechter Gerrit Rietveld, maar ook dat van zijn belangrijkste mecenas en vriendin Truus Schröder. Schröder gaf na de dood van haar echtgenoot aan Rietveld opdracht een ‘modern’ huis te bouwen aan de rand van de stad, later bekend als het Rietveld-Schröderhuis. Schröder voedde hier haar kinderen op, Rietveld had een atelier op de begane grond. Na de dood van Rietvelds vrouw trok hij bij haar in.
Naast de tentoonstelling worden in Utrecht allerlei activiteiten eromheen georganiseerd. Niet alleen het Rietveld-Schröderhuis staat hierbij centraal, maar ook de andere werken van Rietveld. Kunsthistoricus Mathijs Meinderts gaf bijvoorbeeld half februari een lezing over de achtergrond van Rietveld en Schröder in het Centraal Museum. Rietveld blijkt, naast meubelmaker en ontwerper, ook een verdienstelijk tekenaar te zijn geweest die de plaatselijke kunstkring voorzat. Schröder op haar beurt was niet alleen in moderne architectuur geïnteresseerd, maar ook danig gecharmeerd van de onderwijskundige ideeën van Maria Montessori – zo sterk dat zij toestond dat een Montessori-schooltje zich een jaar lang in het Rietveld-Schröderhuis vestigde. Veel van de meubelen die in het Rietveld-Schröderhuis stonden, en later ook in de door Rietveld ontworpen woningen aan de Erasmuslaan, waren van haar hand.
Burgerlijk Utrecht keek ondertussen een andere kant op. Opmerkelijk genoeg zijn er nauwelijks reacties in de pers te lezen over de bouw van het Rietveld-Schröderhuis. En dat terwijl Rietveld en Schröder een aantal bouwregels aan hun laars lapten: de eerste verdieping, het daadwerkelijke woonhuis met verschuifbare wanden, werd als ‘zolder’ bestempeld om geheel muurloos door het leven te mogen gaan. Ook circuleerden er wonderlijke tekeningen en foto’s waarin gesuggereerd werd dat het Rietveld-Schröderhuis vrijstaand en uit beton gegoten was – aanpandige buurhuizen en gepleisterde bakstenen netjes geretoucheerd. Pas toen Schröder een bouwkavel kocht in de nog onbebouwde Johannapolder, klonk er enig gemor: ‘Het was toch wel bekend dat mevrouw Schröder er een bijzonder moderne smaak op nahield?’
Schröder en Rietveld kregen hun zin: aan wat nu de Erasmuslaan heet, verrezen tussen 1930 en 1935 twee woonblokken. Over deze woningen schreef historicus Arjan de Boer recentelijk een artikel voor de DUIC. Nog altijd ogen deze woningen verrassend futuristisch in vergelijking met de meer traditionele jaren dertig-woningen in de wijk – zodanig dat sommige omwonenden klagen over ‘de moderne rommel’ die hun uitzicht besmet. De huizen aan de Erasmuslaan zijn deels in particulier bezit en worden deels beheerd door de Stichting Hendrick de Keyzer, die in samenwerking met het Centraal Museum een modelwoning heeft ingericht. Saillant detail: de eerste verdieping van de modelwoning wordt verhuurd. De huidige huurder, architect Ronald Willemsen, neemt alle ongemakken van enkel glas en nieuwsgierige toeristen voor lief uit enthousiasme voor Rietvelds antwoord op de groeiende vraag naar volkswoningbouw. Onlangs hielp Willems nog een jongetje van elf jaar aan een goed cijfer voor een spreekbeurt over De Stijl. Naast haat is gelukkig ook liefde voor Rietvelds unieke, modernistische ontwerpen van alle tijden.
Nieuwsgierig? Naast een bezoek aan het Rietveld-Schröderhuis en de tentoonstelling ‘Utrechts meesterwerk: Leve De Stijl!’ organiseert het Centraal Museum rondleidingen op afspraak in en rond de modelwoning aan de Erasmuslaan. Ook het architectuurcentrum Aorta biedt in april en september een uitgebreide themawandeling aan langs de Utrechtse architectonische hoogtepunten van de hand van Rietveld en zijn tijdgenoten.