Feminisme. Wat betekent dat eigenlijk – en dan vooral: wat betekent het voor mij? Op de sociale media gaat deze week een quiz rond waarin stellingen geponeerd worden over het feminisme en de mate waarin je de queeste voor vrouwenrechten onderschrijft. Als je alle 42 vragen invult, wordt je uiteindelijk geschaald in vijf categorieën; in die van de ‘traditionalist’ en die van de ‘liberaal’, ‘radicaal, ‘marxistisch/socialistisch’ en ‘cultureel’ feminist. Een korte omschrijving volgt. Een te grote hokjesgeest wordt enigszins bezworen door de indeling in alle vijf de schalen. Ook zijn de stellingen genderneutraal geformuleerd. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat zo’n testje me niets daadwerkelijk verteld over het feminisme – laat staan mij kan vertellen wat voor een soort feminist ik ben. Toch vond ik het wel een interessante oefening, vooral omdat ik me realiseerde hoe weinig ik wist van feministische theorie.
Met interesse las ik de beknopte beschrijving van de verschillende categorieën. Dat de liberale feministen meer uitgingen van het individu dan de groep, kon ik wel raden. De economische redenatie die ten grondslag lag aan de oorspronkelijk marxistische traditie, was eveneens geen verrassing. Ik vroeg me af in hoeverre ik de stelling van de cultureel feministen kon onderschrijven dat geweld in de wereld zou afnemen met vrouwen aan het roer. Ondertussen ben ik kennelijk de utopische maatschappij van Thea Beckman uit haar meeslepende kinderboek Kinderen van Moeder Aarde ontgroeid, waarin vreedzame vrouwen oorlogszuchtige mannen te slim af zijn in de strijd om het paradijslijke Thule. Toch drongen ook Margaret Thatcher en Donald Trump zich aan mij op. Hoewel Thatcher natuurlijk de Britse belangen in de Falklands met donder en geraas verdedigde, zag ik haar toch niet zo snel de ‘moeder der bommen’ op Afganistan loslaten. Maar dat heeft niet noodzakelijkerwijs met sekse te maken – eerder met gezond verstand.
Radicaal feminisme verzet zich tegen elke vorm van mannelijke dominatie. Traditionele vrouwbeelden en de seksualisering van vrouwen zouden hieruit voorkomen: ‘vrouwelijkheid’ zou er slechts toe dienen om vrouwen ‘eronder’ te houden. Hier moest ik aan denken toen ik met twee (vrouwelijke) collega’s de tentoonstelling Koninginnen van de Nijl bezocht in het Rijksmuseum voor Oudheden (zie recensie). Hier viel ons vooral de nadruk op vrouwelijke zelfstandigheid op. De Egyptische koninginnen onderhielden diplomatieke betrekkingen, initieerden bouwprojecten en hadden de leiding over het paleis en harem. Hun vrouwelijke onderdanen konden scheiden, waren handelingsbekwaam en oefenden beroepen uit. Toch viel een ding in Leiden in het bijzonder op: de koninginnen (Nefertari, Hatsjepsoet) werden in hun regalia gewoonlijk als man afgebeeld – inclusief baard. De representatie van macht volgde een mannelijke beeldtaal. Macht maakte kennelijk mannelijk: de koninginnen werden virago’s – van vir (man) en agere (doen, handelen, leiden) oftewel ‘als man handelend’. Later kregen virago’s een slechte naam: ze werden verguisd als manwijven en Jezebels. Kenau Hasselaer, de vrouw die Haarlem verdedigde tegen de Spanjaarden, werd vanwege haar daden beschimpt, haar naam bezoedeld: een synoniem voor een bazige, drammerige vrouw.
Met mijn collega’s filosofeerde ik over de invloed van godsdienst: een pantheon vol goden, inclusief vrouwelijke goden die regelmatig hun mannelijke evenknieën de baas zijn, geeft immers een heel ander uitgangspunt dan een monotheïstische God. In de joods-christelijke traditie was zelfs voor de schepping geen vrouw nodig – de ultieme ontkenning van vrouwelijke macht. Ook Elizabeth I, de zestiende-eeuwse virgin queen, kwam voorbij. Haar troon werd gestut door haar omgang met haar vrouwelijkheid. Elizabeth was een flirt die voor maagd speelde, ze probeerde eeuwig jong te blijven en tegelijkertijd weigerde ze de enige macht die elke vrouw in goede gezondheid bezit: de macht om nieuw leven voort te brengen. Ook Elizabeth was een virago, maar haar macht lag besloten in haar vrouw-zijn. Zelfs avant la lettre zou je haar moeilijk een feminist kunnen noemen: ze kokketeerde met haar onmacht en sprak denigrerend over haar eigen sekse. Toch verkreeg zij zo het schijnbaar onmogelijke: een machtspositie als vrouw in een patriarchische maatschappij.
Nefertari, Kenau en Elizabeth zijn slechts een aantal voorbeelden van de manieren waarop de geschiedenis is omgegaan met machtige vrouwen. Macht en onmacht lijken onlosmakelijk verbonden met seks en religie. Op de middelbare school schreef ik voor mijn eindwerk over een andere machtige maagd: Jeanne d’Arc. Niet zo zeer Jeanne zelf stond centraal in mijn onderzoek, als wel de manier waarop zij door de eeuwen heen symbolisch was misbruikt: door mannen, door de kerk, door nationalisten maar ook door feministen. Met mijn docent sprak ik tijdens mijn mondeling examen voornamelijk over de noodzaak om emancipatiebewegingen te behandelen als vast onderdeel van het curriculum. Ik kreeg een 10 voor m’n mondeling, en daar ben ik nog altijd trots op. Tijdens mijn studie zette ik me daarentegen geregeld af tegen medestudenten die uit principe alleen over vrouwen schreven. Toch ging mijn promotie zijdelings over virago’s – over weduwen en geestelijken die hun bijzondere positie in de middeleeuwse maatschappij veiligstelden door het aangaan van vriendschappen en door seksuele onthouding. Hierdoor werden zij handelingsbekwaam en relatief zelfstandig.
Nu ik niet regelmatig meer essayonderwerpen uitkies, dreigt feminisme te verwoorden tot een klacht over glazen plafonds, het gebrek aan fatsoenlijk vaderschapsverlof en de vraag of je wel of niet als feminist je benen kan scheren. Dit is natuurlijk waarom wij – ik, mijn vriendinnen en mijn collega’s – geraakt worden door een losse verzameling internetstellingen en het beeld van de Nijlkoninginnen. We weten wel dat feminisme meer is dan vanuit een relatief comfortabele positie klagen over wat er eigenlijk nog zou moeten veranderen. Natuurlijk weten we ook dat we niet zo moeten zeuren. Het is niet genoeg om feminist te zijn. Als je wilt dat er iets verandert, dan zal je daar iets voor moeten doen: we moeten ons nog steeds inzetten virago te zijn, maar het liefst losgeweekt van de mannelijke macht als ijkpunt. We moeten handelen als vrouwen, zonder de negatieve connotatie die Kenau achtervolgt en zonder de vermomming van maagdelijke onschuld.
Om mezelf hierbij te motiveren heb ik een poster opgehangen die me deze ‘opdracht’ in herinnering kan brengen. In eerste instantie lijkt het alsof deze poster niets met dit alles van doen heeft. Het is een reclameposter van een hip Berlijns limonademerk, Wostok, dat teruggrijpt op een vorm van Ossie-nostalgie. Op de poster, in een socialistisch realistische stijl, staat een vrouw die fier wegkijkt. De afbeelding doet denken aan propagandeposters uit Noord-Vietnam waarop de actieve inbreng van vrouwen wordt verheerlijkt bij de opbouw van de nieuwe socialistische maatschappij. De Wostokdame heeft een boerenzakdoek om haar hoofd geknoopt. Vergelijkingen met Amerikaanse ‘We can do it!’-posters, die de vrouwelijke arbeidsparticipatie moesten bevorderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, dringen zich op. En draagt deze ‘arbeidster’ niet het uniform van de moderne werkende vrouw: een fris wit shirt, een zakelijk giletje? Zo refereert Wostoks fiere tante voor mij aan verschillende tradities en lijkt ze me tegelijkertijd te zeggen: het is aan jou. Wat dit met limonade te maken heeft, is mij volslagen onduidelijk. Maar het moet gezegd worden dat Wostok zelf in zijn PR een slag in de rondte wauwelt over Oezbekistan, de Caucasus en USSR – en niets over vrouwenemancipatie. Zo’n sterk beeld, zo’n zwak verhaal.
In dat opzicht heeft het feminisme het makkelijker: het verhaal is goed, alleen de kennis ervan is hier en daar wat verwaterd. En kennis is macht. Het is een hulpmiddel om te bepalen waar wij als vrouwen en mannen nu staan. Ook is kennis van en over het feminisme dus een manier om ons macht toe te eigenen. Laten we allemaal – mannen en vrouwen – eens wat meer lezen over kansen(on)gelijkheid en de vrouwenemancipatie. Feminisme gaat niet over beter of slechter zijn en ook niet over wel of niet je benen scheren. Feminisme gaat over toegankelijkheid, onafhankelijkheid en bekwaamheid: over op de eigen benen staan. Als ik naar mijn Wostokdame kijk, zie ik een zelfverzekerdheid die alle vrouwen in de wereld zouden moeten voelen. Feminisme is dus gewoon een sterk merk, waarmee ik graag identificeer. Maar waar ik ook iets voor moet doen, wil ik de kansen krijgen die ik zoek.