Kleren maken de vrouw

on

Mode stond altijd al bij mij op de kaart. Als kind verslond ik de modebijlagen van de Volkskrant, die twee keer per jaar verschenen. Ik vergaapte me aan een wereld die ver van me af stond: de uitdagende punk van Vivienne Westwood, de weelderige overdaad van Dolce en Gabbana en de bizarre dracht van Victor&Rolf, mét een suikerzoet randje. Larger than life – mode of kunst? The jury is still out. Maar wat niemand zal betwisten: mode is vaak een vorm van zelfexpressie.

Daar ging het bij mij als kind flink mis. Zelf ging ik allesbehalve à la mode door het leven. Mijn ouders deden niet aan mode: afgedragen kleding van mijn Bloemendaalse achternichtje en verwassen C&A’tjes vielen mij ten deel. Toen mijn moeder en ik ooit per ongeluk een vrolijke Lapagayo-jas hadden aangeschaft, verbleef ik dagen in een kindermodehemel. Ik droomde van betere tijden, want de macht van kleding werd me tijdens mijn schooldagen pijnlijk duidelijk. Tot overmaat van ramp waren mijn ouders ook geen voorstanders van kleedgeld. Pas na zeventien jaar zeuren werd ik ein-de-lijk baas in eigen kledingkast. Vanaf dat moment was het gedaan met de oversized Peek&Cloppenburg-modelletjes. Via klassieke modeblunders als een turquoise leren jas en te korte rokjes, via wijde pijpen en zoete bloemenjurkjes ontwikkelde ik mijn smaak. Afdankertjes zette ik aan de straat. Langzaam werd ik een dame met een uitpuilende kledingkast – from rags to riches.

Nog altijd zou ik mezelf niet modieus noemen, maar ik val wél op. Een paradijsvogel: felle kleuren en opvallende patronen. De pompeuse overdaad die ik als kind zo bewonderde, is nog steeds zichtbaar. Als ik de kans krijg, laat ik trots mijn veren zien. Maar het kind werd een vrouw. En kleren maken de man – en zeker de vrouw. Kleding is nog altijd macht. Een goede snit, mooie stofkwaliteit, de juiste kleurstelling. De macht van kleding vertaalt zich op de werkvloer in vormen, lijnen en een enkele vouw. Naast overdaad, omarmde ik dus de klassieke lijn. Chanel en Givenchy, met hun klassieke collecties en klare modetaal, mochten zich aansluiten op mijn lijstje van favoriete modehuizen. Van echte couture kan ik natuurlijk alleen dromen. Maar misschien is dat wel wat modemerken tot kunst verheft: ze handelen in dromen, in een ideaalbeeld dat je probeert te benaderen. Mend and make do – van dromen.

Als er een industrie handelt in dromen, dan is het de filmindustrie. Vandaar dat film en mode zo’n gelukkig huwelijk zijn aangegaan. De een lijkt soms niet zonder de ander te kunnen bestaan. Een goed voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen Audrey Hepburn en Hubert de Givenchy, tussen Hollywood en Parijs, die onlangs nog werd bezongen in de tentoonstelling ‘Voor Audrey, met liefs’ in het Gemeentemuseum in Den Haag (zie hier een recensie). Denk je Audrey Hepburn, dan denk je Givenchy. Veel van haar karakteristieke looks zijn medevormgegeven door de 89-jarige couturier. De modekoning plantte haar stevig op de troon. In navolging van the girl next door droomde elke vrouw zich een filmsterrenbestaan vol frocks, thrills en ware liefde. Topstuk in Den Haag was dan ook de little black dress die Audrey in Breakfast at Tiffany’s 1961 tot icoon verhief: een (mode)droom van miniformaat. De kers op de taart, de kroon op zijn werk en op haar charmante hoofd.

Maar de tentoonstelling in het Gemeentemuseum bood meer dan dat. Givenchy’s hommage aan Audrey gaf een mooi overzicht van zijn lange ontwerpgeschiedenis: van simpele mantelpakjes uit de jaren zestig tot overdadige maxi-jurken uit de late jaren zeventig. Tijdsbeelden verbonden aan de dromen en verwachtingen van even zo veel vrouwen uit het gevolg van queen bee Audrey. Knopen, veren en bling bling; op het eerste oog was niets Givenchy te gek. Toch droegen alle combinaties een duidelijk signatuur: luxe materialen, een zekere eenvoud en die magische klassieke lijn. Mode van Givenchy blijft daardoor altijd in de eerste plaats kleding: het is draagbaar, ambachtelijk en tijdloos.

Kan kunst eigenlijk wel draagbaar zijn? Misschien is de vraag of mode kunst is, helemaal niet zo interessant. Mode is vooral méér dan kunst alleen. Mode is zelfbewust, eigengereid en volwassen. Meer nog dan een droombeeld of een vorm van zelfexpressie geven de kleren die je draagt, uiting aan een zelfbeeld. Mode zet je néér: kleren maken de vrouw, maken je tot wie je wil zijn. En ze verhullen het eigen blote ik, en alle bijbehorende onzekerheden. De keizer in het sprookje van Hans Christian Andersen was dom en goedgelovig, maar dat sprookje had ook heel anders kunnen aflopen. Een wijs keizer loopt net zo fier in z’n blote kont als in Givenchy.

Dwalend door het Gemeentemuseum vulde ik in gedachte mijn garderobe aan met een aantal nieuwe combinaties: nieuwe variaties op wie ik ben en op wie ik zou willen zijn. Was het maar zo makkelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *