De goden zijn knettergek: garages en film in Lissabon

Elke straatsteen heeft geschiedenis. Achter elke gevel schuilt een geheim. In een nieuwe stad, ligt er een wereld om te ontdekken onder de voeten. Ik dwaal graag onvoorbereid door nieuwe straten, benieuwd naar wat mijn aandacht vangt. Vorige week liep ik blanco de voorzomerzon in: vanaf metrostation Anjos liep ik de Avenida Almirante Reis af richting de Taag. Lissabon. Anderhalf jaar eerder had ik me in Porto laten verrassen door Portugals belle époque. Dit keer was ik voorbereid op tierlantijntjes, fin-de-siècle koffiehuizen, grandeur en sierlijkheid. Maar wat ik mee naar huis neem, is het beeld van een verwaarloosde garage: Garagem Liz.

Garagem Liz is niet zomaar een garage. Gevestigd in een art-decogebouw met sierlijke glazen torentjes en geometrisch metaalwerk, prikkelt zij de verbeelding. De eerste keer dat ik er langs liep, kon ik niet geloven dat dit ooit prachtige gebouw een garage was. Ik liep ernaartoe, probeerde een gesprek aan te knopen met de monteurs. Het gebouw was nog meer uitgewoond van binnen dan van buiten. Niemand sprak Engels, en zo kreeg mijn verbeelding ruim baan: ik vermoedde een klok op de gevel. De bovenverdieping leek me geschikt als ontmoetingsruimte. Nu stonden er auto’s. De dagen erna wees ik mijn reisgenoot een aantal keer op Garagem Liz. Zij deelde mijn nieuwsgierigheid niet. Liever keek ze naar de jugendstil krullen en rondingen die uitdagend de strijd aangingen met de relatief simpele, maar statige Lissabonse art-decostijl.

Voor mij was dit dé ontdekking: Lissabon is een art-decostad. ‘Mijn’ buurtje stond vol appartementcomplexen met de enigszins strenge belijning van de jaren twintig en dertig. Ik bewonderde het prachtige glas-in-lood van station Cais do Sodré, spotte uit de tram naar Bélem de verwaarloosde bioscoop Cinearte – nu het ‘thuis’ van een Portuguese theatergroep – en vergeleek de lobby van Cinema São Jorge met die van de Hollywood-allure van de Utrechtse City bioscoop. Toppunt van art-decograndeur in Lissabon is het Teatro Éden uit 1937. Dwalend door de stad vond ik al deze plekken, zo maar, opeens. Cadeautjes van het lot. Bij thuiskomst bleek ik van Lissabons art-decohoogtepunten, Parque Mayer, gemist te hebben – een nadeel van de ‘zwerfmethode’. Ik moet dus nog een keer terug.

Art deco in Lissabon is modernistisch en weinig frivool. Je ruikt als het ware Salazars dictatuur. Zijn tijdgenoten Mussolini en Hitler omarmden een neoklassieke architectuur: onder hen werden het megalomane vliegveld Tempelhof en de onwereldse wijk Esposizione Universale Roma (EUR) uitgebreid of gebouwd – zwaar architectonisch geschut, bedoeld om te imponeren. Salazar verheerlijkte noch zichzelf, noch de macht van de overheid. Zijn dictatuur was een ‘boerendictatuur’: het platteland het heersende ideaal. Onder zijn regime verrezen voornamelijk woonblokken, scholen en ‘huizen van algemeen vermaak’: bioscopen en theaters. Zo lang het volk maar tevreden was. ‘Brood en spelen’ zonder duidelijk architectonisch stempel, binnen de marges van de heersende mode, in een zuivere vorm – er was weinig ruimte voor overdaad en luxe. Ingrediënten voor een huwelijk tussen art deco, de stijl van het vermaak, en het modernisme, wars van overdaad.

Ik vermoedde een voormalig leven als danszaal voor mijn verwaarloosde garagetje. Als bioscoop leek de ruimte me ongeschikt; zover ik had kunnen zien, liet de indeling dit niet toe. Wachtend op mijn vlucht naar huis, dwaalde ik op internet. Ik had alleen in het Portugees spaarzaam beet – en dat terwijl ik vijf dagen lang niet veel verder dan ‘bom dia’ en ‘obrigada’ was gekomen! Gelukkig lijkt geschreven Portugees genoeg op Latijn, en thuis wachtte Google Translate. Garagem Liz blijkt een monument te zijn, gebouwd in 1933 door Hermínio Barros – een architect gehuld in nevelen. De officiële beschrijving besteed ook aandacht aan Liz’ rare glazen torentjes: ‘typisch voor Lissabon’, ook te vinden in Parque Mayer. Tja. Dat had ik dus gemist.

Maar opvallender: Garagem Liz is gebouwd als garage. Niets danszaal. Niets vermaak. Een ordinaire garage – nou ja, ordinair? Ik realiseerde me dat garages net zo zeer als bioscopen een ander leven beloofden in 1933, zicht op overdaad: ‘blik’ was nog luxe, een wensdroom. De glamour van de auto, toonbeeld van de Amerikaanse droom. Daarom houd ik zo van reizen: het vergroot mijn zicht op de wereld en plaatst deze in perspectief. Garagem Liz verklaarde mij opeens waarom Sybold van Ravensteyn – Nederlands architect van stations, het interieur van de Dordtse schouwburg, dierentuin Blijdorp en verzekeringsmaatschappijen (het Onderwijsmuseum bewoont een van zijn creaties) – óók de trots ontwerper van benzinestations was.

Geïntrigeerd zocht ik verder, nu naar Lissabonse garages. Wat bleek? Teatro Éden, het chique vlaggenschip van de Lissabonse art deco, bleek gebouwd op de plaats waar in 1902 de eerste Peugeot showroom-annex-garage verrees. Wat een mooi toeval! De garage raakte in verval. Een impressario zag mogelijkheden. Hij plaatste in de garage een carroussel, trok kermisklanten aan en gebruikte de rest van de ruimte voor theatervoorstellingen. De garage werd in 1914 afgebroken voor een theater met 2000 zitplaatsen; vanaf 1919 werden er ook films vertoond, vanaf 1937 in een prachtig bioscooppand in art-decostijl.

Op het blog van een filmfan vond ik meer details. Tot 1989 vertoonde Teatro Éden films om vervolgens plaats te maken voor een hotel en een Virgin Megastore (al weer ter ziele), ingeluid door de Spice Girls. Het beste commentaar op deze transformatie vormt de laatste film vertoond in Teatro Éden: een absurdistische Zuid-Afrikaanse comedy Os Deuses devem estar loucos II – The Gods must be crazy II. Van garage, kermis, theater, bioscoop naar hotel: loucos, inderdaad. En trouwens, ken ik die torentjes op Teatro Éden niet ergens van?

De Portugese filmfan had nog een verrassing voor mij in petto: Garagem Liz. Op de plek waar nu de krakkemigge en verlopen garage staat, stond ooit Real Coliseu de Lisboa, het eerste amusementspark van Lissabon uit 1887. Hier werden oorspronkelijk kluchten en circusacts vertoond; het was het Koninklijk Carré van Lissabon, het ultieme centrum van vermaak. In 1896 schreef Real Coliseu geschiedenis. Edward Rousby vertoonde er de eerste filmbeelden in Portugal; niet op de cinematograaf van de gebroeders Lumière, maar op de theatrograaf van Brit Robert Paul. En zo ontstond de eerste bioscoop van Lissabon. In 1929 werd het theater opgedoekt en de grond verkocht aan de hoogste bieder. Hermínio Barros ontwierp zijn garage in art-decostijl. De cirkel was wederom rond: van theater, bioscoop naar garage. Garages en de Portugese filmgeschiedenis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden door het lot. De goden zijn knettergek, jazeker.

Elke straat een geschiedenis, elke gevel zijn geheimen. Er valt voor een nieuwsgierig mens nog zo veel te ontdekken. Kijk, verwonder, droom en zoek.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *